Andalucia 2013, Tuesday 16 July – Tuesday 6 August

(this holiday story is in Dutch. You may want to translate this message with google translator)

Andalusië 2013, di 16 juli – di 6 augustus

Di 16 juli – Malaga
SN Brussels airlines vliegt ons vlot naar Malaga, ruim 2000km ver, in minder dan 3 uur. Lorenzo wacht ons op met z’n camper, de Advantage, 6 bed. Frank van SpanjeCamper.nl zorgt voor de vlotte overdracht, want Spaans is geen Italiaans … ofte we snappen er anders niet te veel van. Zowel Lorenzo als Frank zijn heel vriendelijk en correct. We hopen op een bumperaccidentvrije reis. Wat betreft de 6 bedden: we hebben voor ’t comfort ook nog een tentje mee, en 2 slaapmatrasjes. Regenvrij wordt het hier gegarandeerd, dus ’t is maar kwestie van een zeiltje te hebben. Zelfs muggen voelen we hier maar met mondjesmaat. En ’s nachts, tegen de morgen en ook nog een eind in de voormiddag blijkt het aangenaam koel te worden.
We doen inkopen onderweg, in de Lidl van Mijas en rijden de kustbaan een eindje af, snelheidsbeperkt tot 80 km/u. Dan de bergen in, naar Ronda. We komen aan tegen sluitingstijd op camping El Sur en worden verwelkomd door een heel vriendelijke Carmen, in ’t Engels, maar ze blijkt uit Frankrijk te zijn overgekomen en wel afkomstig van Ronda zelf. Geen taalproblemen dus en vriendelijk. Dat zal wel eens anders blijken wanneer we hier en daar de weg vragen: vriendelijk ja, maar kort; je krijgt antwoord op je vraag, maar meegaand zijn de Spanjaarden van nature niet echt. We botsen echter ook wel op genoeg uitzonderingen! We slapen goed op een zeer propere camping met quasi een privé-zwembad …
Wo 17 juli – Ronda
Zwem, zon, brons en bruin. We wandelen 3km ver naar het stadje Ronda, gevestigd aan weerszijden van de 100m diepe Tajo kloof. De Puente Nuevo, de ‘Nieuwe brug’, overspant die kloof op z’n diepste punt, op een hoogte van 100m dus. 10-tallen werknemers zijn bij de bouw ervan, van 1751 tot 1793, verongelukt … De Moorse invloeden zijn zoals in heel Andalusië goed merkbaar! Moren is een verzamelnaam voor de Oosterse en Afrikaanse volkeren, Arabieren, Syriërs, Berbers, Egyptenaren, die van 700 tot 1200/1500 Andalusië tot bloei brachten. Ze bouwden hiervoor verder op de Romeinse irrigatiesystemen, introduceerden de teelt van de naranjos –sinaasappelen- en introduceerden hun bouwstijl gekenmerkt door hoefijzerbogen, rijkelijk versierde plafonds, stukwerk. Vanaf 1200 begon de Reconquista, de Christelijke herovering van Andalusië/Spanje op de Moren, waarbij geen plaats meer was voor de Arabische invloeden. Kerken en kathedralen werden (volledig) in de plaats van (op veel plaatsen), deels in de plaats van (Sevilla: moskee afgebroken, maar de klokketoren –Giralda-, en de patio de los Naranjos bleven bewaard), of gewoon ín (Cordoba) de Moorse moskeeën gebouwd. In 1492 werden de laatste Moren verdreven, uit het haast oninneembare Alhambra van Granada. 1492, ook het jaar van de ontdekking van Amerika door Christoffel Columbus, die afreisde uit Sevilla, is het absoluut belangrijkste jaar in de Spaanse geschiedenis, het begin van de gouden eeuw van Sevilla, Andalusië, Spanje. Het begin van de koloniale veroveringen en de rijkdom van Spanje. Het Alhambra is gelukkig bewaard, dankzij de vrouw van de kleinzoon (Carlos V) van de Spaanse koningen Ferdinand en Isabella en in de loop der jaren zo goed als volledig gerestaureerd onder de hoede van de Unesco.
Ronda dus: we bezoeken de Moorse baden –de baños arabes-, waarvoor water met een katrolsysteem door ezels uit de rivier tientallen meters dieper werd opgepompt, via een aquaduct werd verder geleid, en in ovens werd opgewarmd en verhit om koude, lauwe en warme baden te krijgen. Hier is de oude brug, half zo hoog als de nieuwe, iets makkelijker te bouwen weliswaar, maar evengoed een staaltje architectuur.
We slenteren verder, gekoeld door ijsjes en frisse drank, over de Nieuwe Brug, naar de oudste arena van Spanje, anno 1784. Nog slechts 1 keer per jaar wordt hier een corrida –stierengevecht- gehouden, de corrida Goyesca, ter ere van de beroemdste torrero hier, Pedro Romero.
Het is laat, stoffig en heet. Geen energie over om te koken. We zoeken een betaalbare hap en belanden in een pizzeria, bij een Italiaan … De enthousiaste man van Turijn blijkt broer en vriend te hebben verloren in het Heizeldrama in Brussel in 1986, in de Europese Uefacup-II-finale tussen Liverpool en Turijn. Misschien zien we onze Italiaan terug in Gent bij z’n jaarlijks bezoek aan België ter nagedachtenis van het drama. Het eten is lekker. Met verse kracht vatten we de terugtocht aan.
Do 18 juli – Olvera
Rit naar Olvera, verder de bergen in, al lijken het vaak heuvels, een mooi landschap. Pueblo Blanco betekent wit dorp. Zo heb je er hier vele, dorpjes vol mooie witgekalkte huisjes tegen de bergflanken, vaak op en rond een top. Olvera is er eentje van. En de camping heet ook zo. Olvera op 1 heuvel, de camping op de volgende. Ze is nog geen 2 jaar oud, ° okt 2011, en nog in volle uitbouw: zeildoeken worden gespannen om schaduw te vangen, nog niet alle waterfonteintjes werken … Zo genieten we wat mee van ons Europees subsidiegeld waarmee de camping wordt gebouwd. Zoals zo vaak in Spaanse bouwwoede blijkt alles wel behoorlijk overgedimensioneerd: 230 kampeerplaatsen en tientallen bungalowtjes, nauwelijks 10% bezet. Mogelijk is dat beter in voor- en najaar, owv aangenamere temperaturen, maar ook dat betwijfel ik toch.
Zwem- en zondag verder, in een heerlijk zwembad alweer, op een kampeerplaats die we vrij mochten kiezen. ’s Avonds blijkt het stadje te veraf te liggen voor een verkenning te voet. Emilie en ik reppen ons elk op 2 wielen naar het dichtstbije supermarktje. El Dia blijkt supergoedkoop en open tot 21u30. We komen aan om 21u28 … De fietsen bollen vlot, maar de lichten branden helaas niet, enkel mijn voorlicht doet het, en we moeten zelfs 500m de autosnelweg op, als spookrijder; er is gewoon geen andere weg naar de camping. Dan nog de finale klim, 15%? Of is ’t meer … Respect voor de Ronderenners.
Vr 19 juli – Olvera-Puerto Serrano
Met de broers Flor en Adriaan sjeezen we per fiets de berg af naar het vertrekpunt van de Via Verde Olvera-Puerto Serrano, dat 36km verderop ligt. Een spoorwegbedding waar nooit een trein gereden heeft, maar die zich dus door z’n redelijk vlak en recht parcours ideaal leent voor een fietstocht -of wandeling voor de liefhebbers. Wat het traject speciaal maakt, zijn de 30 tunnels onderweg. Aangename, verfrissende koelte hier. En duisternis, soms compleet, in de tunnels sin illuminacion –of in deze con illuminacion, maar met een haperingetje in het mechanisme … Gelukkig had ik erover gelezen (op ’t laatste moment) en ons speleologen-koplampje ‘komt van pas’, want in 1 lange tunnel zien we ergens onderweg werkelijk geen steek meer voor ogen! We sjeezen vlotjes gemiddeld 20 km/u naar ons eindpunt in 2,5u tijd, inclusief alle stops onderweg, voor foto’s, verzichten en ihb de Peñon de Zaframagon. In Zaframagon ligt een natuurreservaat en woont en broedt de grootste kolonie vale gieren van heel Europa, op een steile rots vol uitsteekseltjes en andere nestgelegenheden. De gieren worden hier gevoed, oa met gestorven paarden van de paardenfokkerij van Jerez, sinds ze daar niet meer mogen begraven/verbrand worden. We zien effectief 10-tallen gieren rusten en zweven boven de rotsen en kliffen. Het natuurcentrum, met telescoop om de gieren in close-up te zien, blinkt echter uit in Zuiderse onbetrouwbaarheid: zou moeten open zijn, zowel volgens de officiële als volgens de lokaal gewijzigde uren, maar blijkt potdicht, zonder enige indicatie van vakantie of watdanook, jammer eigenlijk.
Mama, Emi en Fe genieten een volle dag van verkoelend zwemwater. Ik doe met A3 en Flor nog een commiske, we zuipen ons lazarus met yoghurt en frisse drank, en inclusief de 5km enkele rit van Via Verde Vertrekpunt naar de camping, komen we bezweet en met 86km fietsplezier in de benen rond 17u terug aan op de camping Pueblo Blanco. Nog ruim de tijd dus voor ons ook voor een natje. De familie Intoleranza krijgt een spatje water op een leesboek en dient klacht in. Balspel wordt ons verder verboden. Verzuring, maar gelukkig zijn de meesten anders. Wacht maar tot ze zelf kleintjes hebben … 😉 De campinguitbater hier was integendeel precies uitzonderlijk vriendelijk, proactief en goed engelssprekend!
Za 20 juli – Jerez de la Frontera: Andalusische paarden en sherry
Rit naar Jerez. Magistrale paardenkwekerij en -show Yeguada Cartuja, met vooraf een rondleiding langs de stallen en door de spermadonatie- en operatiezalen. 300 volbloed-Anadalusische paarden verblijven hier. Ze worden hier gekweekt en opgeleid. Wit-grijs zijn de meesten, er zijn ook bruintjes bij. Op de show, die niet het hoofddoel is hier, want dat is het kweken zelf van de paarden, zien we de Andalusische paarden hun vurigheid demonstreren, maar ook hun discipline, hun beheerstheid, hun vermogen tot dressage. We zien merries en hengsten, we zien alle ‘jonkies’ van ’t jaar, een 30-tal, we zien mama’s hun jongen terugvinden en zogen. Dressuur met zijwaartse en ingehouden pasjes, koetsen om mooi te zijn en een koets om rap te zijn racet in recordtempo tussen kegeltjes door. Kledij van vroeger en prachtige leren ruiterslaarzen. Mooigemaakte paardenstaarten, een eindje afgeschoren, en schitterende muziek, klassieke en Spaanse. Kortom, een totaalspektakel, een uur lang lust voor oog en oor. Het klooster Yeguada Cartuja ligt hier op enkele km af.

Bodega –wijnkelder- Pedro Domecq is de oudste van de stad en ligt pal in het centrum. Eventjes zoeken, net op tijd aangekomen. We worden rondgeleid door kathedralen (zo heten de wijnkelders hier) vol wijnvaten, sherry en brandy. Sherry is de wijn die wordt gekweekt in de driehoek Jerez-Sanlucar de Barrameda-El Puerto de Santa Maria/Cadiz en in het westen begrensd door de zee, die sterk mee bepalend is voor de smaak, want ze zorgt voor voldoende vocht in de lucht. Wat sherry bijzonder maakt is dat sherry steeds een constante smaak heeft, doordat altijd wijn van 3 opeenvolgende jaren wordt gemengd. Flor is de gist die zich vormt in de wijn en deels drijft, deels zinkt. Ze vermijdt dat lucht in contact komt met de wijn in de vaten (van standaard 600l volume), en zorgt dus zo dat de basis-sherry, de Fino, heel licht van kleur blijft. Door toevoegen van extra alcohol, krijgen we de straffere variëteit Oloroso. Deze is donker van kleur, want het hogere alcoholpercentage (15% ipv 11%) breekt de gist af, dus oxideert de wijn en verdonkert tot bruin. Amontillado is de wijn tussenin: eerst 3 jaar gerijpt als Fino, dan versterkt in alcohol% en verdonkerd tot caramelkleur. Amontillado is dus zowel in alcohol% als in kleur tussen de 2 in. Al deze soorten zijn gemaakt van dezelfde druiven. Dan is er nog de zoete variant, Pedro Ximenez, van andere, zoete druiven gemaakt. En tenslotte, de 5de soort, is een mengeling van de 4 voorgaande, en wereldwijd de meest verkochte, Bristol Cream. Op de proeverij achteraf, valt deze zowel bij Sylvia als bij mij ook het meest in de smaak. Fino en Bristol Cream worden koud gedronken, de andere niet.
Dan is er nog een 2de reeks ‘wijnen’, op dezelfde manier bereid als de sherry, ttz door mengeling van 3 verschillende jaargangen, maar met een veel hoger alcoholpercentage (en dus veel minder lekker), door toevoegen van zuivere (=70%) alcohol, die zelf eerst gedestilleerd wordt uit de druiven. Dit zijn de brandy’s –brandy en sherry zijn dus gepatenteerde wijn- en digestiefnamen van Jerez. Brandy’s bevatten 36, 54 of meer % alcohol.
De druiven worden (ook) hier gekweekt op zeer kalkhoudende grond: kalk houdt het water zeer goed vast en de struiken wortelen zeer diep, zodat ze altijd voldoende water hebben, ook al zou je dat niet denken gezien de hete zomers hier. De druivenpluk gebeurt in september.
De tapas tour eindigt dus met lekkere tapas: chorizo, harde geitekaas, olijven, broodkorstjes, quiche met hesp en kaas –lekker!-, proefsels van Fino, Bristol Cream en brandy.
Nog een pitstop bij een Dia supermarkt om onze watervoorraad bij te tanken, naar Decathlon op zoek naar slippers voor Flor en sandalen voor mama en eindigend met een ‘professioneel’ springtouw voor Emilie. En op naar Sevilla, nog op tijd voor een uurtje ‘cool-down in the pool’.
Zo 21 juli – Sevilla Plaza Espana-kathedraal-Giralda
Zwem. Alweer een 1ste-klas-camping, Villsom in Dos Hermanas, bij Sevilla. Met de bus stad in, 25’ rijden en de bus vertrekt op tijd! We worden gedropt aan de Plaza de España, een gigantisch, prachtig bouwwerk, gebouwd ter gelegenheid van de Ibero-Americatentoonstelling in 1929, waarop alle Spaanse provincies zich voorstellen in azulejos, tegeltableaus. In de koelte van het halfcirkelvormig gebouw kunnen we toch even genieten van de pracht van zoveel vakwerk. In de volle zon is ’t puffen, laat staan voor de gastjes. Een Sevillaan oefent op z’n –uiteraard Spaanse- gitaar, mooi. Het park Maria Luisa zorgt voor verfrissing. Fietsen is de manier om de stad te ontdekken, maar we houden het op een (relatief) korte wandeling, door het park, langs de Guadalquivir. De rivier is ondertussen dichtgeslibd tussen Sevilla en de zee, maar ze heeft Sevilla in de 16de eeuw haar gouden eeuw bezorgd. Columbus is hier uitgevaren, en Sevilla was draaischijf voor de handel in Andalusië en Spanje. Sevilla is nog steeds de hoofdstad van Andalusië.
Zicht op Torre del Oro. Ijs. 10 Tapas in bar Coloniales, lekker, uitgebreid en zeker betaalbaar: 1€ voor 33cl koel water en hapjes van 1,5 tot 3€, maar dat zijn al kleine maaltijdjes soms met gebakken patat, trouwens ook verkrijgbaar als kleine of grote maaltijd. Het lekkerst zijn de hapjes (happen) met kip of solemillo (varkenshaasje), heerlijk!
Bezoek aan de kathedraal, Santa Iglesia, de grootste gotische kathedraal ter wereld. Columbus’ graf wekt interesse, bewondering en ontzag, ihb bij onze kleinste spruit. De moskee is vervangen door de kathedraal, maar 2 Moorse elementen zijn behouden: de patio de las Naranjas en de Giralda, de klokkentoren. We beklimmen de Giralda, 100m hoog, langs een hellend pad. Geen trappen dus hier, behalve voor de laatste paar verdiepingen. Weidse zichten in alle richtingen op Sevilla stad, inclusief op de arena van Sevilla, la Maestranza … en op de dakzwembaden van de hotels. Terug door de wijk Santa Cruz, vol nauwe kronkelstraatjes, de oude Joodse wijk. Net op tijd voor de bus, en ’t mocht echt geen 5’ later zijn … want de volgende bus komt pas 1,5u later …
Zwem-zwem-zwem, babbel-babbel-babbel, …
A propos, vanaf vandaag hebben we een nieuwe koning, Philippe, en koningin, Mathilde, 21 juli 2013.
Ma 22 juli – Sevilla flamenco-Santa Cruz
Rustdag voor de gastjes. Zwem en badminton. Pa en ma trekken in de vooravond met de bus opnieuw Sevilla stad in, naar een flamencovoorstelling, een tablao. Op aanraden van de toeristische dienst pikken we er een authentieke, gezellige en betaalbare uit (20€pp), de flamenco show “Momentos Flamencos”, in het gebouw van het flamenco museum, C/ Manuel Rojas Marcos 3. Door een wirwar van straatjes in de oude Joodse wijk Santa Cruz, vinden we net op tijd onze bestemming. 2 dansers, la señora in typische flamencokleedjes met veel franjes en een lange sleep, el caballero met ringbaard in een kort vestje, een zanger, de Jesus van de ‘band’ en een ‘Spaanse’ gitarist brengen ons een uur lang in vurige zuiderse sferen, met ritmisch handgeklap en razendsnel gehakketak. Het zweet druipt de danser al na 2’ langs z’n gezicht, z’n haar kleeft, serieuze inspanning. Blijkbaar is veel jong talent ooit hier gestart, midden in het hart van de Andalusische hoofdstad. Alicia gidst ons nog door de wijk, de Barrio de Santa Cruz, en we ontdekken prachtige pleintjes, krijgen mooie inkijkjes op de Giralda, de kathedraal en het Alcazar, slenteren door nauwe straatjes en onbekende onderdoorgangetjes. Het bronzen beeld van 2,5 ton zwaar boven op de kathedraal stelt mevrouw Giraldina(?) voor, en ze waait mee met de wind –ze duidt dus de windrichting aan. Giralda betekent windvaan. We krijgen zelfs nog een glas wijn aangeboden, maar da’s alweer een ontdekkingstocht op zich in deze wijk van krinkelkronkelstraatjes, tussen stadhuis, kerken, winkeltjes en cafeetjes door. Maar het smaakt heerlijk, met tapa erbij van solomillo (varkenshaasje) en hamburguesa (zeer zacht hamburgertje), in een typisch bartje. Voila, wandelingetje naar de bus en terugrit. De uren aan de bushalte kloppen niet, maar ons briefje met busuren van op de camping gelukkig wel. De gastjes hebben het olv Emilie goed gesteld, maar van slapen is natuurlijk nog niet veel in huis gekomen … In Sevilla is nog zoveel meer te ontdekken, ooit nog eens verder te verkennen! We hebben zelfs geen tijd gehad voor het Alcazar binnenin, dat blijkbaar op een uurtje te zien is, en gratis toegankelijk vanaf 18u (en open tot 19u), en de wijk aan de overkant van ’t water, Triada, het Italiaans restaurantje Marco Polo in Santa Cruz (met de groeten van gids Alicia geraak je er altijd binnen), chic én zéér betaalbaar …
Di 23 juli – Minas de Rio Tinto
Vroeg op, stevige rit rond en boven Sevilla, richting Portugal (Merida). Bestemming is het stadje Minas de Riotinto, bij Nerva, waar van 1725 tot 2001 2 Britse mijncompagnieën mineralen uit de bodem ontgonnen hebben, koper, zilver, ijzer, goud. Al die mineralen verkleuren de rotsen tot een prachtig kleurenpalet in rood, geel, grijs, paars, groen, bruin; je moet het gezien hebben. De rivier zelf dankt er haar naam aan. Op grotendeels natuurlijke wijze wordt ze rood-bruin gekleurd, de Rio Tinto (rode rivier). Ze is zuur van de sulfaten (pH 2,5) en wordt gemeden door vogels en andere dieren. Mensen wasten er zich vroeger in, maar drinken is dus uit den boze wil je je slokdarm e.a. niet verbranden. Ons bezoek is 3-ledig, het complete programma: 1) het mijn-museum, 2) de mijntunnel, 3) de mijntrein.
1)Het museum is ondergebracht in het voormalig hospitaal. De Britten hebben hier eigenlijk een volledig stadje gebouwd naar eigen stijl, Victoriaans, om zich thuis te voelen. Het onderscheid met de arme, Andalusische mijnwerkers was schrijnend. Maar zelfs de Romeinen waren hier ooit al aan ontginning begonnen. In het museum is een gangenstelsel gebouwd om dat te beleven: kappende mijnwerkers, een groot waterrad om de gangen leeg te pompen … Verder een hele hoop gebruiksvoorwerpen, foto’s, medisch logboek … en vooral ook 2 authentieke treinexemplaren, een locomotief en een 1ste klas-wagon. 2) de mijntunnel leidt ons, met caco –helm- op, naar een meertje in de krater onderin de groeve, rood-bruingekleurd van de zwavel. De eentalig Spaanse gidsbeurt maakt ons helaas niet veel wijzer; ik vang enkel ‘Canario’ op en kan de gastjes uit herinnering het verhaal doorvertellen dat kanarietjes gebruikt werden als indicator voor gaslekken en dus ontploffingsgevaar; kanarietje dood = ren voor je leven. 3) we rijden in kolonne, 25 auto’s, verder naar de mijntrein. 11km langs de RioTinto rivier, in kleurrijk mijnlandschap, in een authentiek treintje op de sporen waarlangs de mineralen uit de mijn naar de weg vervoerd werden. We hebben geluk en zitten in de open wagon, bij een brandende 40° moet het hier alweer zijn, schatten we. Langs de weg een vergaan stationnetje, een roestend treinstel, beelden van een rijke geschiedenis. Helaas ook hier, een hele doorrit, 35’ lang, gekwebbel in razendsnel Spaans, dus onverstaanbaar voor ons, en in ’t terugkeren nog geen bandje in ‘t Engels …
Verder een vlotte rit over splinternieuwe –overgedimensioneerde- wegen richting zuiden, naar El Rocio, Coto Doñana. Nog tijd voor een koele duik op een mooie, maar dure camping. Flor vindt al direct een neushoornkever, wat een mooi exemplaar, een kanjer van een kever. We schieten nog net een magistraal kiekje bij zonsondergang, een fotoprijskamp waard! We krijgen hier een leuk voetbalveldje ter beschikking, vaste grond, geen grind deze keer, met 2 handbalgoaltjes, en ’s avonds na sluiting van het zwembad om 20u, is het ideaal om wat te beginnen zweten … España-Belgica 5-10 tegen 3 Spaanse jongens Juan, David en Ira; ook onze Fe voetbalt wat mee! Ook al badminton je wel liever.
Wo 24 juli – El Rocio
Hier zitten wel wat vliegen, maar behalve tijdens het eten, valt het allemaal best mee. El Rocio is een zandstraten stadje, bekend om de jaarlijkse bedevaart, die heel veel volk trekt, en een vertrekpunt en bezoekerscentrum voor het nationaal park Coto Doñana, Europa’s grootste vogelgebied, voor overwinteraars, en ook nog een plek waar lynxen vrij voorkomen. Het is een gigantisch uitgebreid ecosysteem van bos en struikgewas, lagunes en moerassen, strand en duinen, een paradijs voor flamingo’s en arenden, kleinere vogels, zoogdieren.
Leuk op de campings hier is wel dat je zeep ter beschikking krijgt, en ook toiletpapier. Als je de weg vraagt, is iedereen wel vriendelijk en correct, maar op zich zijn vooral de Spaanse señora’s behoorlijk stroef, streng, bijna boos. Dia is hier onze vaste supermarkt aan ’t worden: lekker en goedkoop en we vinden er onze weg al.
Rust- en zwemdag op de camping. ’s Avonds trekken we het “Western”-stadje in. Onze ogen vallen open. Alles is hier op maat van paarden: zandstraten, balken om je paard aan vast te leggen ipv parkeerplaatsen, bars met “tafels” waar de ruiters zittend op hun paard een pint kunnen pakken … Karren getrokken door ezels en hele huifkarren vol toeristen. En geen enkele straat is hier geplaveid eens je het dorpje in bent. Met de fiets zak je vaak gemakkelijk 10 cm diep in het zand weg; fietsen blijkt dus wel heel moelijk… Het stadje leeft op de verering van een madonna. Jaarlijks komen hier 1 miljoen pelgrims naartoe, naar dit inderdaad doordeweeks-overgedimensioneerd stadje, dat in de weekends en ihb tijdens de jaarlijkse bedevaart opleeft. Het ontbreken van plaveisel is functioneel wel van belang om het ecosysteem niet te verstoren: het water dringt in het zand of loopt bij zware regenval rechtstreeks de moerassen en lagunes in, en wordt zeker niet opgevangen om weg te leiden. Sowieso zakt de waterspiegel al (sinds de jaren ’50) in de moerassen, dus zuinig watergebruik is aangewezen. En toch sproeien ze hier op de camping en ook in ’t stadje, sommigen voor hun deur, het zand nat om minder stof te hebben …! Maar overdag is het hier broeiend heet, 40°C is niet overdreven. Een fietsritje om boodschap –door het zand- betekent gegarandeerd een uit te wringen T-shirt.
In het stadje drink ik een echt heerlijke sangria, de jongens een ijsje en iedereen tapa’s. We zitten echt in het Wilde Westen.
Do 25 juli – Coto Doñana Nationaal Park (Noord) per jeep vanuit El Rocio
Vroeg op. Om 7.30u pikt een jeep van DiscoveringDoñana ons aan de camping zelf op voor een privé-gegidste toer doorheen het noordelijk deel van het park: bos, struikgewas, moerassen en lagunes. Ik heb deze toer geboekt, omdat onze gids Sonja, zeer vriendelijk, ons heel veel uitleg geeft … in het Engels! De enige echt inheemse bomen hier zijn kurkeik en wilde olijf. Eucalyptus is ingevoerd om papier van te maken, pijnboom voor het hout en de vruchtenpitten. Beide dus owv de intentie van de overheid om het (natuur)gebied economisch te laten renderen. Sinds 1989 is Coto Doñana Nationaal Park en herstelt men beetje bij beetje de natuur in haar oorspronkelijke toestand. Eucalyptussen moeten hiervoor met wortel en al worden verwijderd. De onderste stukken stam, met het begin van alle wortels, krijgen een nieuwe bestemming als beschermplaats voor konijnen en hazen. Dit is nodig om de lynx in stand te houden, want die leeft op dieet van hazenvlees. De grootste doodsoorzaak van de hazen is longontsteking, gevolgd door myxomatose. En de populatie lynxen is terug in stijgende lijn; er zijn er nu een 90-tal!, waarvan we een speels kleintje te zien krijgen. Wolven zijn hier uitgestorven. Herten en wilde zwijnen zijn er nog wel, maar ze zijn vooral actief ’s morgens vroeg en in de vooravond. Idem voor de lynxen. Verder zijn er kleinere zoogdieren als de das en hermelijn, muizen en rattensoorten. En bovenal zeer veel vogels, 300 soorten overwinteren of overzomeren hier: reigers, ooievaars, flamingo’s, lepelaars, zwarte wouw … De moerassen zijn nu uitgedroogd. De gids raadt aan ook nog eens terug te komen in de lente, als alles onder water staat (behalve de opgehoogde weg) en de planten in bloei staan; dan is het dieren- en plantenleven hier nog helemaal anders. Het natuureducatief centrum speelt ons een mooi en leerrijk filmpje af van het ontstaan en het belang van dit grootste vogeldoortrekgebied in Spanje. Grote roofvogels trekken over naar Afrika aan de straat van Gibraltar, omdat ze opstijgen en zweven op termiek en de kortst mogelijke afstand moeten overbruggen, of anders de overkant niet te dreigen halen, wat vaak gebeurt. Kleinere vogels redden zich wel op eigen kracht over en hoeven niet op het nauwste punt over te steken.
We zien hier ook mensen te paard wandelen. Verder is het natuurgebied enkel toegankelijk voor de bedevaarders die jaarlijks van over de riviermonding van de Guadalquivir, vanuit Sanlucar de Barrameda, de pelgrimstocht maken naar hier, El Rocio, dwars door het nationaal park en de aangrenzende natuurparken.
We kijken door onze verrekijkers mee naar de vogels in de lucht en door de telescoop naar een uiltje op het hek, naar jonge reigers in het nest, naar de oevervogels in het riet. We krijgen nog enkele tips voor trips mee en “landen” tegen 13u. Wat een volledagtocht leek, geeft ons nog een ruime namiddag zwem(bad)plezier, en tijd voor nog wat boodschappen, in El Rocio, met de fiets, met geïnteresseerde Felix achterop, door het zand …
Vr 26 juli – Coto Doñana NP: El Acebron wandelingetje en paleis, Matalascanas duinen; rit naar Fuente del Piedra, fiesta
Op een boogscheut van onze camping ligt El Acebron, in het natuurpark Coto Doñana. Hier is een natuurcentrum, een paleis/kasteel van de koninklijke familie en een uitgestippelde korte wandeling langs de streekeigen typische vegetatie, over houten wandelpaden, over moerasland en langs de vijver, prachtig. We zien hier ook de kever die muizen kan doden met z’n 2 scherpe schaartjes. We wandelen tussen lianen in een jungle-achtig dichtbegroeid bos. Het kasteel heeft ook z’n verhaal, over de jacht in Coto Doñana vroeger en nu, het visgebied aan de zee, het belang voor de mensen vroeger en nu als ecologisch gebied.
We rijden nog even door naar Matalascañas, het laatste stadje, waar je het zuidelijk deel van de Coto Doñana kan bezoeken, strand en duinen, met de voor hier typische bewegende duinen. Voor ons een korte duinenwandeling, opnieuw over een mooi aangelegd houten wandelpad. En tenslotte in een strandbartje met zicht op zee een mojito sin alcool, op vraag van grote probeerder A3.
Dan starten we de grote rit noord- en oostwaarts: over Sevilla, richting Granada. Maar da’s ons einddoel niet voor vandaag. Er ligt nog een bijzonder meer op de weg, in Fuente de Piedra. Jaarlijks fourageren en broeden hier vele duizenden flamingo’s, in dit zoute meer, voor weinig vogels geschikt, prima voor de flamingo’s. Van de 4 trekplaatsen in Spanje voor deze diertjes, liggen er 3 in Andalusië. Nu is er ook een mooi natuurcentrum ingericht, met een aantal proefopstellinkjes waarvan vele al niet meer blijken te werken …, maar vooral de beestjes worden in ere gehouden nu! Natuurbehoud en –beheer is zeker in Spanje ook maar iets van de laatste 20-30 jaar.
We landen op een mini-campinkje, “choose your place”, waar ook voor een aantal spina bifida patiënten hun groot verlof georganiseerd wordt. En dan is ’t ook nog fiesta in ’t dorp dit weekend, 3 avonden op rij. We proeven de sfeer even mee: botsauto’s, drankje op ’t gemeenteplein –ayuntamiento is gemeente- of stadhuis-, flamencokleedjes keuren –van dansen komt immers weinig in huis. Pas rond middernacht barst het feest hier echt los en loopt het plein stilaan vol. De plaatselijke Kristof en z’n zangeres oogsten veel bijval. Dit is echt wel een jaarlijks hoogtepunt voor dit kleine, gezellige dorpje.

Za 27 juli – Fuente de Piedra flamingo’s kijken, El Torcal
’s Ochtends verken ik per fiets al even waar de flamingo’s zitten. Het zijn er inderdaad superveel en ik kan ze vanuit een kijkhut op het pad rond het meer bewonderen. Wanneer ze opstijgen, zie ik de fraaie zwarte rand pluimen aan hun vleugels, mooi, nooit vermoed. Dit is genieten van puur natuur, flamingo’s in het wild, ik op m’n fietsje een eindje rond het meer.
Ik stop bij het plaatselijk bakkertje voor heerlijke zachte broodjes en voor elk een reuzenkoek, een croissant die op een reuzenkrab lijkt, dan nog gevuld met nata –slagroom-, een rolbroodje chocolade, een chocolade hart van bladerdeeg en meer lekkers. De hele bende ontwaakt stilletjes en we passeren samen het bezoekerscentrum, met filmpje! in het Engels, en de kijkhut.
Dan op naar Antequera, stad in volle groei en bloei, met veel Romeinse, Moorse, Christelijke monumenten, zelfs een arena, aan de Plaza de Toros, die we maar zullen opmerken als we er voor de zoveelste keer passeren, en pas als we er te voet passeren. Het speciaalste is wel het fort en ook de grote rots ernaast, maar ook die krijgen we pas te zien als we de stad uitrijden, richting El Torcal, de bergen in. Antequera breidt uit, want ligt ideaal tussen Sevilla, Granada en Cordoba, in het hart van Andalusië, met zelfs plannen voor een luchthaven, en een brug in volle opbouw -voor treinverkeer of toch voor doorrijdend verkeer? We picknicken hier op een pleintje bij een van de vele kerken en klimmen het laatste stukje de bergen in, naar een camping voor vaste verblijvers, waar enkel de parking gereserveerd wordt voor doortrekkers. Maar we hebben stroom, dus onze voorraad blijft koel en vers en lekker en we betalen niet veel en we krijgen een schitterend zwembad in gebruik en een prachtzicht op een hoge, steile bergwand, waarvan we ’s morgens de schapen horen afdalen. We zwemmen dus praktisch de hele dag, zolang het zwembad open blijft, wat hier op 19u geklokt is. Die zwembadopeningsuren variëren van 11/12u (uitzonderlijk 10u) tot 19/20u, van bewaakt door 1 zelfs 2 redders tot vaak zonder redder, maar gelukkig heeft elke camping z’n zwembad en deze hier is qua inrichting en panorama’s veruit de allermooiste. Sylvia kookt alweer lekker, we genieten nog van een drankje op ’t terras van de camping, maar ’t wordt hier behoorlijk frisjes ’s avonds, dus duiken we maar op tijd de camper in.
Zo 28 juli – El Torcal kalksteenformaties, wandeling
Flor hoort niet meer op 1 oor en heeft nog steeds barstende koppijn. ’t Is bovendien zondag. Gelukkig zitten we vlakbij een vrij grote stad, Antequera. We ‘bezoeken’ dus de spoedopnameafdeling hier ter plekke … Aan de receptie moeilijke ontvangst in het Spaans-Engels, maar medisch worden we zeer goed geholpen. Flor heeft een ontsteking van het buitenoor, te remediëren met antibioticum druppeltjes.
Kronkel-kronkel de haarspeldbochtjes door, op zoek naar het karstfenomeen El Torcal. Hier is werkelijk een juweeltje van een natuurcentrum uitgebouwd: je kan er zelfs ruiken aan de planten uit het Nationaal Park, bv salie, je kan voelen (maar da’s wel al defect), er is van alles voor iedereen, ook voor de hele kleintjes; het ontstaan van dit unieke landschap in 3 fasen wordt uitgelegd 1) een opstuwing, waardoor het reliëf is ontstaan hoog/laag, 2) nog verder zijwaarts opduwen, waardoor alle horizontale barsten en lagen zijn ontstaan en 3) verder heeft regen en erosie de kalksteen weggespoeld en overal torentjes en andere bizarre vormen doen ontstaan in dit gebied dat dus ééns helemaal onder de zeespiegel lag. Een vriendelijke nederlander-polyglot baat het centrumpje uit en we genieten alweer van een prachtig ineengeknutseld filmpje. We maken de gele wandeling, van slechts 3km, maar goed voor 2u; Flor met oorpijn en mama splitsen af en maken de groene wandeling, 45’. We kronkelen tussen de rotsen, krijgen zoveel mooie rotsformaties te zien, waarin we onze fantasie de vrije loop kunnen laten om figuurtjes, vormen, gezichten of dieren te herkennen. We worden zelf geobserveerd door een gems, majestueus vanop z’n hoge rots. Een subliem landschap, indukwekkend wat de natuur vermag, in vele honderdduizenden jaren gevormd.
De rit van El Torcal naar Granada, Otera verloopt vlot en we tanken de camper nog even vol.
Ma 29 juli – Granada
Vandaag rustdag aan het zwembad in Otera, camping Suspiro del Moro, met een prachtig 50m zwembad, waar vooral Emilie kilometertjes maalt! Zeer vriendelijke en behulpzame mensen hier, vlot engelssprekend ook, voor het eerst op deze vakantie.
Sylvia bereidt een grote pot vol saus voor bij onze gemarineerde varkensbrochetjes en 2 soorten patat: zachte witte en harde gele, uit dezelfde zak patatten. Er wordt gretig gegeten na zoveel zwemmen en zonnen. We bekijken nog de ‘Motorcycle diaries’ over de trektocht door Zuid-Amerika van Ernesto ‘Che’ Gevuara en z’n kameraad Alberto, op de motor –ook op reis dus-, vanuit Argentinië, door Chili, Columbië, Bolivië en Peru. Che Gevuara wil specialiseren als dokter in leprabestrijding en helpt er leprozen, maar z’n drang om de oneerlijkheid te bestrijden waarmee de arme man wordt onderdrukt door grootgrondbezitters en regeringen, maakt van hem uiteindelijk een politiek vrijheidsstrijder in Cuba, Kongo en Bolivië, waar hij uiteindelijk bij sterft. Een goeie film. Ook de kindjes weten hem al te appreciëren.
Di 30 juli – Granada Alhambra
Na een alweer uitgebreid ontbijt, voor Sylvia ‘t mooiste moment van de dag, prepareren we ons voor de bus van 11u20 naar Granada, voor het bezoek der bezoeken, aan de terecht drukst bezochte bezienswaardigheid van Spanje, het Alhambra, het ‘rode kasteel’. Het Alhambra is een amalgaam van bezienswaardigheden, in essentie 1) de Moorse paleizen van de Nasriden dynastie, 2) het Generalife, de weelderige tuinen vol kanalen en fonteintjes, 3) de alcazaba, het versterkte fort en nog een heleboel andere bezienswaardigheden, paleis van Karel V (keizer Karel), Arabische baden, religieuze gebouwen. Bovenal ligt de hele versterkte stad, de citadel, in een groen bos, waar het deugd doet water te zien, horen en voelen stromen onder een loden zon van 35°C.
Granada centrum en ’t Alhambra bereiken blijkt geen akkefietje als je tegen overstappen van bus opziet. Ondertussen zien we ook wel de stad, maar de afstanden blijken kilometertjes. Via de oude joodse wijk Realejo wandelen we van de Palacio de Congresos naar het Alhambra. De lijnbussen komen hier niet meer door, de straatjes blijken immers veel te smal. Je moet overstappen op een stadsbusje, maar dat vraagt een nieuw ticket, te betalen voor elke passagier, groot of klein. Wij dus te voet, kronkelend en met panoramische uitkijkjes op Granada en de vallei errond. We botsen op een fruitverkoopster aan huis, die manoevreert in nauwelijks berijdbare straatjes. We zien de postbode z’n correos bezorgen met de brommer. En we belanden uiteindelijk in ’t groen van het Alhambra! Ons voorgeboekt ticket geeft ons na de picknick van brood met chorizo salami, vrijgeleide van rijtje schuiven onder de loden zon. En we proberen ons het Alhambra te laten smaken: Moorse pracht en praal, mozaïektegels, snijwerk in steen, pleister en hout, bogen en zuilen, fonteinen vol verfrissing.
De Nasriden paleizen zijn terecht de trots van het Alhambra. 3 paleizen vol versierselen in hout, steen, gips, maar zelfs ook in glaswerk. Hoefijzerbogen, zuilen, patiootjes de hele paleizen door, overloopjes … Overal uitkijkjes op de stad, overal licht en klaarte, overal fonteintjes en frisheid. Een herenleventje voor die Moorse koningen hier!
Het Alcazaba fort biedt vanop elk van z’n torens andere panorama’s op Granada en de achterliggende Sierra Nevada, met als hoogste berg de Mulhacen 3486m. Daarvoor in de torens wel telkens trapjes op en af, alleen Fe vindt nog het enthousiasme om ze allemaal mee te doen. Begrijpelijk dat dit bolwerk pas als allerlaatste tijdens de reconquista heroverd werd en terug in handen viel van de katholieke koningen, Ferdinand II en Isabellla van Castillië –Emilie weet haar geschiedenis piekfijn te plaatsen!
De tuinen van het Generalife tenslotte worden ook gebruikt voor openluchtconcerten. Moet prachtig zijn, gitaarmuziek bij de fonteinen en geurende bloemen, onder een stralende sterrenhemel, met zicht op deze weelderige tuinen. En het ‘tuin’huisje mag er ook best zijn, opnieuw zeer fotogeniek. Rugzakken worden hier gedwongen wel buikzakken –om niet tegen de muren, tegeltjes en versierselen te botsen bij het terugdeinzen in ontzag. En de bewaking ziet toe en controleert, ook de tickets, tot zeker 5x toe, ook al zijn we al lang de tuinen en paleizen binnen.
We dalen de rode rots af langs de grote poort, door een winkelstraatje met 2 artisanale gitaarmakers en een azulejo-inlegger, naar de Plaza Nueva. Betaalbare hap in ’t Marokkaans: Emi gaat voor vegi en proeft humus en falafels, heerlijk. Een puur ijsje voor Fe en Flor … en dan toch ook voor Emilie, smullen. Wandelingetje langs de Rio Darro en nauwe straatjes in Albaycin, de oude Moorse wijk van Granada. Sangria en tapa in een lokaal bartje. En we moeten vroeger dan gewild terug om de laatste bus te halen, om 22u aan het Palacio de Congresos. Stevig stappen langs de grote straten. Het uitkammen van het oude centrum zal voor een andere keer zijn, maar we hebben geproefd dat het lekker is.
Wo 31 juli – Granada Parque de Ciencias
Na familiaal overleg maken we tussen Park van de Wetenschap of Granada oude stad de keuze voor het Park van de Wetenschap. Na een moeizaam begin, blijkt het wel de goede keuze: slenteren mét doel. Nog voor we goed en wel binnen zijn, komt een vriendelijke gids ons in z’n beste Engels uitleg geven bij de opstelling voor het zwart gat. Volleerd, met vraag en antwoord, wekt hij de interesse van de gastjes. Sylvia en ik tolken op ons best. Voor we ’t weten zullen we hier zelfs nog het sluitingsuur meemaken en ons moeten reppen om de allerinteressantste zalen doorlopen te hebben. Granada heeft een van de beste universiteiten van Spanje, en dat wordt hier gedemonstreerd op de wijze waarop ze de wetenschap toegankelijk maken: het bulkt hier van de interactieve opstellingen, iedereen en zeker ook de kinderen kunnen alles uitproberen, zich testen, …
We beginnen met een hap. En dan de tijdelijke (1j) tentoonstelling over het menselijk brein: schitterend, met glasvezelkabels die oplichten in het donker om de hersenactiviteit te demonstreren. Gelukkig staat de meeste uitleg er in 2 talen, Spaans, Engels. We worden geprikkeld om beide hersenhelften te gebruiken. Bij Felix blijkt de belasting van nature gelijk verdeeld, all-roundertje. Flor en mama blijken de uitgesproken specialisten, snelst van al rechts, traagst van al links. Emi, A3 en ik houden het midden. Een alweer zeer vriendelijke begeleider, Francisco, boeit ons alle 6 in de wetenschap van brein en zintuigen met z’n proefjes. Hij verlost ook nog Adriaan uit z’n lijden na het uitproberen van de lokale ipad, waarbij elke connectie tenslotte gemaakt werd via Adriaans gebruikersnaam, reboot nodig. Sylvia ziet Cajal terug, neuro-histoloog; Granada is grondlegger van microscopie-histologie en zal voortrekker blijven daarin. Emilie blijkt erg veel te hebben opgestoken van luttele uurtjes wetenschap totnogtoe. Gekoppeld aan haar inzicht en interesse, sta ik vol bewondering, slimme meid. Moeder professor nodig om alle vraagjes te beantwoorden.
We lunchen hier, doen denkspelletjes, ontwarren knopen, bezoeken de vlindertuin. We leren over de geologie van de aarde, geleidende en niet-geleidende gesteenten, wervelwinden … We doen fysica proefjes, Archimedes, Venturi … De optica-zaal met z’n testopstellingen fopt ons eens te meer met halfdoorlatende spiegels, lenzensystemen die compleet je gezicht bedriegen … De dag wordt echt te kort; we racen hoe langer hoe sneller door de zalen. De roofvogels en eens wat langer stilstaan en proberen begrijpen van alle opstellingen en bezienswaardigheden en verder uittesten … dat vraagt een volgend bezoekje.
Terug met de bus, eten en tot rust komen. Helaas eten we ook restjes, beter niet gedaan …
Do 1 augustus – Granada rustdag
Een kotsgekke nacht van Adriaan. ’s Morgens heeft ook Sylvia een opgezwollen buik. Zo al niet gepland, dan noodgedwongen een rustdag, met 2 zieken, die zich van camper naar zwembad slepen. En Flor durft nog niet duiken, want z’n oorontsteking is er nog. De overlevenden zwemmen, spelen, lezen. De jongens spelen ook weer hun bonenspel, Boonanza.
Vr 2 augustus – Las Alpujarras, Pampaneira, Orgiva
Take off van onze camping met Olympisch zwembad-afmetingen. Gisteren was het plots al veel drukker. Na een nachtje slapen en wat hln.be nieuws opvissen, realiseren we ons dat we augustus zijn, de vakantiemaand van de Spanjaarden dus, en die kwamen dus ‘massaal’ afgezakt naar het zwembad, voor iedereen toegankelijk, voor de kampeerders ‘vrij’ natuurlijk, ttz in de prijs van de camping. We gieten ons beerputje leeg, tanken vers water bij en lozen ons grijs water (afvalwater).
De bergen in, Las Alpujarras of La Alpujarra, zoals de Spanjaarden de meeste ‘s’-en achteraan niet uitspreken. Deze zuidelijke uitloper van de Sierra Nevada staat geboekstaafd als prachtig owv de typische witte dorpjes vol kronkelstraatjes, prachtig wandelgebied en groene streek. Van dat laatste merken we nu niet zoveel, maar water komt inderdaad aan alle kanten uit de bergen gestroomd, fuentes –bronnetjes- op vele hoeken en zelfs een continu stroompje in ’t midden van de straatjes, regelrecht het dorpje door. Dat zien we alleszins in Pampaneira, het eerste dorpje in de Pocqueira vallei, een toeristisch plekje, waar men de typische sterke en mooie tapijten –japarras- weeft en verkoopt. En uiteraard worden hier de hammen gesmaakt, de jamon Iberico en jamon Trevelez, die worden gedroogd in het hoogstgelegen bergdorpje Trevelez, owv de droge en koele berglucht daar. Maar tot in Trevelez rijden we niet, te kronkelig en draaiierig, de maagjes worden er niet goed van. In Pampaneira houden ze er ook mooie geveltjes vol weelderige bloembakken op na, ook weer dankzij het rijkelijk voorhanden zijnde water. En zelfs een elektriciteitscentrale voedt zich op de waterkracht van het bergwater.
Dorpswandelingetje en drankje incl tapas in Pampaneira: heerlijke sangria, ham en kaas. Bij het afdalen zijn we nog getuige-ramptoerist van een brandblusactie. 3 branden blijken te zijn aangestoken, dikke rookwolken stijgen op uit de vallei, dat hadden we al tijdens ons drankje gemerkt. 3 blushelikopters vliegen af en aan, hun waterzak vullend in een meer in de vallei. We passeren een noodcoordinatiecentrum, speciaal opgezet hiervoor. De hele actie duurt toch wel een uur of 2 en loopt gelukkig goed af. Enkele zwartgeblakerde stroken zijn het resultaat.
Camping El Puerte del Alpujarra biedt ons een schitterend zicht op de vallei, een privé-zwembad, mogelijkheid tot ‘bronzen’ voor mama. Maar ’s avonds leeft het campinkje op: plots 5 families aan ’t zwembad. Hier gaat het allemaal veel gemoedelijker aan toe: geen sterren- of strepencamping, geen strikte sluitingsuren voor ’t zwembad, heerlijke geurende en even heerlijk uitziende platas worden geserveerd. We zien zelfs een halve voetbalmatch waarin Barcelona het Braziliaanse Santos (ex-club van de net overgekomen Neymar) vernedert met prachtvoetbal en 8-0. Tegen middernacht bekruipt de jongens nog de zin tot een frisse duik in ’t warme zwembad.
Za 3 augustus – Cabo de Gata
We ontwaken op camping Orgiva. De krekels laten zich weer uitbundig horen, zoals elke dag, meest intens van het eerste zonlicht tot de grote hitte van 10u en na de grote hitte ‘s avonds vanaf 21u30. Ook is dit een plek van mooie en speciale vogelgeluiden (Australië-gevoel), in volle natuur! Onze 2 jongste vogeltjes piepen ook uit hun tent tegen 9u30. Maar vogel Flor maft ze weer, tot tegen elven. Toertje van de camping. Laatste boodschapjes in de Dia van Orgiva: yoghurt, fruit, chocolade, enkele verse broodjes, frisdrank.
En op voor een lange rit, uit de bergen, met mooie verzichten op de autosnelweg boven het stuwmeer. We zien meermaals verwaarloosde paarden in een dor stuk weiland. Hier liggen zelfs enkele paarden helemaal op hun zij, in de volle zon dan nog, al (half-)dood? Er wordt blijkbaar niet omgekeken naar de beestjes. We rijden richting Motril, en verder oostwaarts, naar Cabo de Gata, voorbij Almeria. Stapvoets verkeer, want vele nieuwe stukken autosnelweg geraken niet afgewerkt en de weg gaat dwars door een aantal toeristische kuststadjes. Het laatste eind gaat echter vlot, onder passende muziek van Joe Dassin, “il est loin, il est long, ton chemin, papa”. Gelukkig kan iedereen erom lachen … en hebben we een perfect werkende airco: in de camper is ’t aangenaam koeler dan erbuiten. Ook in Almeria moeten we langs rode baantjes, telkens aandachtig blijven voor de juiste richting. Maar copiloot Felix, op mama’s schoot, stuurt voortreffelijk bij! We geraken dan ook zonder omwegen vlot maar later dan verwacht aan Cabo de Gata. Boterhammetjes, yoghurtjes … En dan naar de faro. We ontmoeten tegenliggers over een stukje waar eigenlijk nauwelijks kan gekruist worden, moeten spiegels inklappen, cm nauw rijden … en arriveren als enige camper aan de vuurtoren. Dat stond even niet aangeduid. Na de weg terug is het infobureautje nu wel open (siesta van 14u tot 17u). Een zeer vriendelijke en vlotte Spaanse in ’t Engels reserveert voor ons voor morgen kayak- en zodiactocht incl snorkel, schitterend. Wat een geluk! Dank ook dat door de economische crisis het toerisme wat slabbakt dit jaar, ook in Andalusië.’t Geeft ons het geluk morgen al te kunnen uitvaren. De boottochtjes ronden dan nog de mooiste stukken van de kaap ook. Maar daarvoor moeten we nog een eindje doorrijden, over kronkelbaantjes, wel goed aangelegd, tot op de camping La Caleta in Las Negras, waar de kayaktocht vertrekt om 10u de volgende morgen.
De camping in Las Negras ligt aan een baaitje helemaal ingesloten tussen de rotsen, onzichtbaar tenzij van op zee en nauwelijks toegankelijk, maar in volle natuur. De zeer vriendelijke uitbater hier –Felix mag ook z’n duimafdruk zetten!- compenseert toch een beetje de stress van de reis … en het gebrek aan warm water voor de afwas. De jongens zwemmen nog, we prepareren macaroni en laten de tonijnsla niet slecht worden. Dit restje overleeft als eerste een dag frigokoeling op autobatterij. Op andere kleine restjes hadden we al stevige schimmelkweken ontwikkeld. Levendige, maar rumoerige camping. De dames moeten rijtje schuiven voor de douche en ze halfnaakt alweer ontruimen voor de volgende. Maar dat is hier nu blijkbaar ook niet echt een probleem. Hier tieren de blote borstjes welig op het strand en aan ’t zwembad, tot ontsteltenis van sommigen, tot plezier van anderen. Mini-avondwandelingetje langs de klifkust voor de zon onder gaat, magnifieke zichten. Het Matala van Andalusië. Ah ja, een gekwetste erbij: nu doet Adriaans elleboog heel veel pijn, door gisteren tegen de rand van ’t zwembad te knallen…
Zo 4 augustus – Cabo de Gata, Las Negras, La Isleta, San Jose
Uitgedost staan we iets voor 10-en klaar bij de kayaks van zonaktiva op de camping, bij het strand. Hier zijn niet zoveel plaatsen waar je te water kan gaan, dus begrijp ik nu waarom de keuze gemaakt is hier te starten. Layre heeft in 2009 haar job bij Samsung opgegeven om met haar vriend dit bedrijfje uit de grond te stampen, met de logica: in Spanje koopt men geen telefoons en televisies, men leeft wel van het toerisme! Ze organiseren kayak- en zodiacsnorkeltochten in het prachtige mariene natuurreservaat van Cabo de Gata. Na aanvragen van een heleboel vergunningen, mogen ze nu als 1 van de weinige deze boottochtjes langs de kliffen organiseren. Zonder vergunning mag je hier niet zwemmen, zelfs geen anker uitgooien … Layre spreekt vloeiend Engels, haar vriend en de andere begeleider van de kayaktocht helaas niet, helemaal geen evidentie dus.
Mama en Emi ruimen op en zwemmen/zonnen wat aan ’t zwembad. De broertjes en ik vertrekken dus met een uitzonderlijk grote groep (een 12-tal bikayaks en 2 mono-begeleiders) voor een ruim 3 uur durende kustexploratie met de kayak op zee. De klifkust is van vulkanische oorsprong, we zien lavastroken, zwarte, witte, rood-rozige lagen, basaltstructuren. We varen 2 grotjes binnen, en enkele inhammetjes tussen de rotsen door. Gelukkig is de zee kalm vandaag, en zoals elke dag beter ’s morgens dan ’s namiddags, want dan is er sowieso meer wind en golven. Dus dank aan Vanessa van het infobureau voor de gouden tips. Adriaans pijnlijke elleboog speelt hem gelukkig niet teveel parten en Felix vooraan bij mij trekt stevig aan de spanen. Truk bij het in- en uitstappen is je gewicht op elk moment laag te houden, dus eerst poep in, dan benen, en omgekeerd bij het uitstappen, eerst benen uit, dan poep. En bij het instappen na ’t kantelen –we wilden zo graag nog eens het zeekrabbetje zien, maar moesten daarvoor in de langsrichting van de golven gaan liggen …- plat op je buik over de boot, dan draaien en inkruipen. Een beetje lenigheid is wel handig. Schitterende tocht dus, en zelfs de jongens kleuren alle 3 nog een laagje roziger, zelfs vandaag, maar dat bruint wel. We varen alles samen een 3-tal km naar ’t zuiden (richting La Isleta) vanaf de baai aan Las Negras en kammen daarmee het meest noordelijke deel van het natuurreservaat uit.
Zwembad in voor afkoeling, en op naar de volgende post –je moet hier in principe voor 12u van de camping af zijn of je betaalt een dag bij. Gelukkig zijn de Spaanse uren glijdend. We lunchen onze slinkende voorraden op. Het smaakt: brood en toastjes met Philadelphia kaas, chorizo, kersen en perziken.
En om 16u staan we paraat aan het minuscule haventje van het pittoreske dorpje La Isleta. Bootsman van dienst is David; ook Layre vergezelt ons en nog een Spaanse dame. Alles bewust kleinschalig gehouden bij zonaktiva. In de zodiac is plaats voor maximum 8 mensen. Daardoor kunnen we diep de inhammetjes in. Felix constateert terecht dat hij zich hier constant VIP voelt. Voor de natuurparken is dat wel degelijk zo: familiejeeprit door Coto Doñana, quasi privé zodiactochtje in Cabo de Gata. Aan 15 knopen (1 knoop = 1 zeemijl/u =1,852km/u), dus een kleine 30 km/u scheren we over de golven, tot groot jolijt van onze jeugd, die het dansen op de golven maar al te best kan appreciëren. 8km ver varen we uiteindelijk het gebied in. Stop voor een uitzonderlijk evenement: we snorkelen in een rustige baai, waar in principe geen medusa’s zitten –jellyfish, kwallen, de bruine prikken, de roze prikken het hevigst; ammoniak brengt dan soelaas en erna spoelen met zout water, nooit zoet! We komen er dus toch tegen, maar onze stuurman-zoeker David snijdt ze vakkundig in reepjes met z’n mes om prikken te voorkomen. De kwallen zijn het voedsel van o.a. schildpadden. David zwemt voor, Adriaan onmiddellijk in z’n zog, die mist niks. Ook Flor is dolenthousiast. We zien een octopus in z’n zelfgemaakt hol van bijeengeraapte stenen. ’t Beestje verbleekt bij zoveel aandacht; hij wordt wit-boos. Octopussen maken dus zelf een nest en leven van krabbetjes, een vis hier en daar, maar vooral schelpen. Waar je dus extra veel lege schelpen bijeengegaard zit en een stapeltje stevige keien, mag je dus extra rondkijken naar een mogelijke octopus. Maar we zien zoveel meer: wel 10 soorten vissen, apart maar ook in schooltjes, tussen het groene zeegras of rond de rotsen, met blauwe kop, gestreept, bijna doorzichtig, lange smalle ‘tijger’vissen …, prachtig. We zien ook zee-egels. David raapt er eentje op, en het beestje ‘kwispelt’ met z’n tentakels, eens uit het water. De naalden zijn inderdaad hard en scherp, maar het beestje is onvermoed soepel. Een aantal zeeëgelskeletjes worden opgevist om naar België mee te reizen, het mooiste souvenir van alle. Ik prik me nog pijnlijk bij het opduiken van eentje. De skeletjes blijken helaas wel heel broos, iets te stevig vasthouden en krak. Er komt dus een 2de opduikactie op gang, door David, Flor en Adriaan. Maar er is meer. Zeekomkommers –zeedrollen…- liggen er ook in dit reservaat. Eentje wordt niet te graag bepoteld en scheidt z’n kleverige secretie af op verontwaardigde Flors hand. Vooral in Azïe is dit, geroosterd en fijngesneden, een delicatesse. Hier toch vrij zeldzaam, dus beschermd. En nog hebben we niet alles gezien. Al van zeetomaat gehoord? Een anemoon, rood en vlezig, zacht als een perzik, zeker onder water. Het is een anemoon. We voelen en strelen … en horen achteraf dat ze ook stevig kunnen prikken. Komiek, zo een kleurig beestje. Hoe ze zich voortplanten? We zien er later nog 2 in een inhammetje, op de waterlijn, bij elke golfslag kopje op- en ondergaand. Voilà, zoveel onderwatermoois! We moeten verder. Sea patrol houdt een oogje in ’t zeil, blijkbaar durven sommigen het aan hier illegaal te komen vissen. Hier zwemt zelfs een zeer bijzondere, zeldzame vis die 30 jaar oud kan worden, en dus zeker bescherming verdient –marino/merno? We zien nog meer basalt- en lavastructuren, van de lang uitgedoofde vulkaan hier vlakbij, veelkleurige rotslagen, een apart staande rots, grillige formaties, mooi-mooi-mooi. Zo hebben we ook het gebiedje van La Isleta noordwaarts verkend, richting Las Negras dus, en samen met de tocht vanmorgen een unieke verkenning van het hele gebied mogen proeven. De 2 andere bevaarde routes bevinden zich meer richting vuurtoren –faro- van Cabo de Gata, buiten het eigenlijke mariene reservaat. En daar hebben we van bovenaf een oogje mogen op werpen en onze sensatie beleefd met de camper zelf 😉
Ritje naar Los Escullos, laatste plekje gekregen op een volle camping, zwembad in, partijtje tennis/voetbal voor en met de jongens. Verkenninkje camping, supermercado en speurtocht naar de basuras –vuilbakken. Uitzonderlijk sorteert men hier, glas, P, M, D, papellas (papier/karton), ander vuil. Jongens bed weer in gejaagd, doodop, grotendeels van de zon en warmte denk ik toch. Flor weer een uitbrander omdat hij het botweg vertikt z’n handen uit te steken om het bed te helpen opmaken, omdat hij er toch niet zelf in slaapt. Hij zit er achteraf wel mee, stilletjes te treuren. ’t Is sterker dan hemzelf, maar da’s toch proberen opvoeden in mijn ogen, schaven waar puntjes uitsteken. Ook is het broeiend heet in z’n nest, maar met open ‘garage’ toch beter… en voor iedereen warm. Alle luiken, ramen en deuren van de camper staan open, om het hier slaapbaar te maken. Middernacht zoals gewoonlijk tegen dat de kopjes rustig zijn. Alleen vroege vogel Felix begeeft het een half uurtje eerder. Zus zit al een jaartje verder dan grote broer en helpt al heel de vakantie waar ze kan –en mag van mama. Troost ook voor mama als de jongens (al dan niet met pa) eropuit zijn, zwemmen of verkennen. Partner in verslinden van romannetjes. Bron van nieuws, hln.be, samen met broer Boesi, Adriaans uit de archieven heropgeviste naam. A3 zorgt voor de wifi aansluitingen en techno-problemen, en helpt er steevast aan denken dat we de codes of methodes toch opvragen bij aanmelden aan de receptie van elke camping. Fe sluit elektriciteit aan, draait gas open, installeert tafel en stoelen. Flor zorgt voor de ambiance te pas en te onpas; een grote troef, je krijgt iedereen aan ’t lachen man.
Ma 5 augustus – San Jose, La Isleta
Wakker om 7u30, ik slaap hier gemiddeld een kleine 8 uur, merkelijk meer dan thuis, zalig ontwaken als je vanzelf uitgeslapen wakker wordt. Dan tokkel ik op ons Delleke –dat af en toe eens tilt slaat bij ’t laden van zoveel foto’s en al eens een stuk van m’n document is kwijtgespeeld omdat ik niet zag waarom ik had moeten recoveren- maar ’t beestje doet het toch.
Opruimdag. Tokkelen. Kuisen. Kwisje ineenflansen. Genieten van de laatste dagjes hier. Nagenieten van zoveel moois, zon, natuur, zwemmen, buiten zijn. Een uurtje padel met de jongens. De mogelijkheid is er op de camping en we kunnen net inschuiven op een vrij uur tussen alle reservaties door. De dag was totnogtoe behoorlijk bewolkt, naar Andalusische normen, maar de zon komt er in de namiddag volledig door en het spelletje kost naarmate het vordert steeds meer zweet.Wandelingetje naar Los Escullos, prachtige klifkust, leuk strandje, en een heropgebouwd fortje. Ook een leuk bar-tje hier, stemmig ingericht, het hart van Andalusië. De rest zwemt al, moeder werkt verder aan haar kleurtje. Ik plons erbij en Flor en Adri tennissen nog. Douchen.
Tot besluit op naar La Isleta, resto Isleta del Moro, een typisch visrestaurantje aan de zee, in een authentiek dorpje. Zonsondergang in ’t haventje. De paella, gegrilde en gefrituurde vis zowel als de hamburgers gaan er vlotjes in en smaken echt wel lekker, even goed als het hier rook. Terugrit langs de kronkelbaantjes voor onze laatste Spaanse overnachting in Andalusië.

Di 6 augustus – Malaga-Gent
Voor een keertje vroeg op, voor een lange, gelukkig mooie kustrit, naar Malaga, 4,5u westelijker. We lijken op 2’ na ontsnapt aan een zware file door een ongeluk? Iets lijkt toch gebeurd net achter ons, wanneer plots een aantal wagens van de lokale politie en de bomberos –brandweer- gealarmeerd onze richting en de net gepasseerde tunnel tegemoetrijden.
Vlotte vlucht, budgettaxi huiswaarts, frietjes met XXL frikandel. En de volgende dag een drupje hemelwater, we zijn helemaal thuis!
Dank aan Frank van Spanjecamper en Lorenzo voor de organisatie en de camper!